Correcties Visuele weergave van de verschillen Bruno-Statenvertaling

Bruno's Hooghe-Liedt:

Verschillende secundaire teksten

Inhoudsopgave van dit hoofdstuk

Brief Henrick Bruno aan Constantijn Huygens dd. 29 november 1656



Perillustris Domine,

Hortantibus authoribusque hic aliquot amicis, viris pie eruditis, ut, relictis ac res sibi suas habere jussis profanis, quae in exitium usque mihi dulces fuerunt, Musis, post Psalmos non sine applausu exceptos, et quod instar omnium est, tuo Catonis calculo probatos; post Iobum felicius a me, ut uno ommes, qui viderunt ori testabantur versu redditum, quam in itinere heu! Britannico servatum in sacra porro poesi perseverarem, quanquam valde me cruciat amissus Iobus meus, quanquam impatientissime fero patientissimum illum virum mihi ereptum, qui jamdudam forti iterum in sterquilinio gemit, aut factus est piperis cucullus, aut Annalium Volusi cacatae chartae instar, ad Analytica posteriora, quae de Sabaeis messibus nihil spirant, aut ad Paetum sed non Thraseam, ad innocuos calices, et amicam vatibus herbam, est damnatus, collecto tamen tandem animo, Threnos Ieremiae cum Cantico Canticorum, vernaculo, secundum novam sacri codicis versionem, carmine κατα ποδας carmine reddendos suscepi. Haec opuscula cum carc [...] jam mordeant, lucemque adeo brevi, urgentibus editionem, qui suscipiendi hujus qualiscunque laboris authores fuere, bonis, spero, avibus visura sint, oro quaesoque ut epigrammate iterum aliquo me digneris. Sic, quod ab ingenio domini sperare nequibant, debebunt genio carmina nostra tuo.



In hoc felici omine desino,
Perillustris D.ne, Tuus ex asse
cliens
Henricus Bruno

Hornae propridie
Cal. Decembr.
M D C L VI
Raptiss. inter tijpographi
operarumqe strepitus
ineptissimasque inter-
pellationes
(183)

De vertaling luidt:



Zeer doorluchte heer,

Daar enige bevriende schrijvers, vroom en geleerd [als zij zijn] , er hier [bij mij] op aandringen dat ik, met terzijde-stelling van de wereldlijke Muzen die mij tot op het laatste moment zeer lief geweest zijn, en met de opdracht [aan hen] om zich maar met hun eigen zaken bezig te houden, na de Psalmen die niet zonder instemming ontvangen en - wat nog veel belangrijker is - door uw keurmeesterlijke pen goedgekeurd zijn; na de door mij zeer geslaagd, zoals allen die hem gezien hebben als uit een mond getuigden, in verzen weergegeven Job - hoezeer bewaard in die vreselijke reis naar Engeland - nu verder zou gaan met heilige dichtkunst, heb ik moed gevat en, hoewel het verlies van mijn Job mij zeer terneer drukt, hoewel ik het nauwelijks met geduld verdragen kan dat die man die zoveel in grote lijdzaamheid verdroeg mij ontrukt is en die nu zo ongeveer voor de tweede maal op de mesthoop zucht of een spot en snarenspel geworden is [...]184 heb ik de taak op mij genomen om de Klaagliederen van Jeremia en het Hooglied naar de nieuwe overzetting van de Heilige Schrift in poëzie die de [oorspronkelijke] poëzie op de voet volgt in Nederlandse verzen weer te geven. Nu deze werkjes reeds in de gevangenis zuchten en zeer binnenkort, ten gevolge van de aandrang die tot de publicatie ervan uitgeoefend wordt door degenen die ervoor gezorgd hebben dat ik dit karwei op mij genomen heb, naar ik hoop onder goede voortekenen het licht zullen zien, vraag ik beleefd en vriendelijk of u mij nogmaals de eer van een gedichtje wilt waardig keuren. Zo zullen onze verzen, wat zij van de aanleg van hun [eigen] heer niet konden verwachten, verschuldigd zijn aan uw talent.



Met deze wens voor de toekomst eindig ik,
zeer doorluchte heer, Uw zeer dienstwillige dienaar,
Henricus Bruno

Hoorn, 29 november 1656
In grote haast, temidden van het lawaai van het drukkerswerk en uiterst ongelegen komende akkevietjes-tussendoor.
(Vertaling van de hand van C. de Niet. )

Brief Henrick Bruno aan Constantijn Huygens dd. 18 januari 1657



Perillustris Dne,

Mitto, debitae observantiae et gratitudinis ergo, strenulam hanc qualemcumque chartaceam. Plura elegant [...]cule, ut captus est Hornanorum, compacta ad manum jam non subit exemplaria. Sed dabo negotium bibliop [...]is ut compingatur. Unum hoc nunc duntaxat mitto, quia Hagiensem tabbellarium in procintu stantem modo forte habebam. Cogor abrumpere; postea latius. Scola vocat. Utinam σχολη!


Hornae 18. Ianuar. 1657
tuus omni nomine
Henricus Bruno
(185)

De vertaling luidt:



Zeer doorluchte heer,

Als blijk van verschuldigde hoogachting en dankbaarheid zend ik [u] dit papieren nieuwjaarsgeschenk in de vorm zoals u het aantreft. Wat fraaiere exemplaren, althans voor Hoornse begrippen186 waren nog niet voorhanden. Maar ik zal mijn best doen bij de boekverkopers dat ze gebonden worden. Intussen stuur ik u dit ene, omdat ik toevallig juist een bode voor Den Haag in de buurt had staan. Ik moet nu afbreken; later meer. De school roept. Was het maar σχολη187!


Hoorn, 18 januari 1657
Geheel de uwe
Henricus Bruno
(Vertaling van de hand van C. de Niet. )

Joannes de Groot Jacobs. prijst Bruno's psalmberijming

Aen Henrick Bruno
Over sijn wel-overgesette ende gerijmde Psalmen Davids

Gy, die de Psalmen van den konincklicken heylig
Dat Goddelicke werck van David Jesse Soon,
Stelt op een soeten trant, en maeckt voor alle veylig
De weg tot Sang en Rijm en lieffelicken toon,
Doet ons verwonderend' op uw' Gedichten staren,
Hoe dat gy nauw en stip u bindt aen 't Heylig Woordt,
En weet uw' Dicht met 't werck van David soo te paren,
Dat aller oordeel is, 't is alles soo 't behoort:
Ghi pronckt niet met de prael van vergesochte reeden,
Maer houdt u aen het werck dat alles in sich heeft,
Gy doet daer af noch aen, maer laet het al sijn leeden
Behouden, dat aen u geen kleyne roem en geeft.
Puyk-dichter gaet vry voort in sulck een kley te ploegen,
Wy wachten weer wat goets van u rechtschapen hand,
Wy sullen na dien oegst ons alle greetig voegen,
Houdt aen terwijl u geest in sulck een yver brandt.
Joannes de Groot Jacobs.
(Bruno, Henrick: Davids Psalmen, p. A8v)
Correcties Visuele weergave van de verschillen Bruno-Statenvertaling

Laatst gewijzigd op: 21-02-2001.