Het Hooglied in de Statenvertaling Geraadpleegde literatuur

Bruno's Hooghe-Liedt:

Noten

1. De gegevens in deze paragraaf zijn voornamelijk afkomstig uit de uitstekende artikelen van Strengholt, Strengholt, L.: Een klein Alkmaars sterretje (voornamelijk over Alida Bruno, Henrick's zuster, ook dichteres) en Strengholt, L.: De dichter Henrick Bruno. Heer, A.R.E de (e.a.): Jongelingsjaren kinderen van Chr. en Const. Huygens geeft de aantekeningen van Huygens over de jeugd en opvoeding van zijn zonen. Komrij, Gerrit: De Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw drukt een aantal van Bruno's frivolere gedichten af, Stronks, Els (ed.) (e.a.): Het hart naar boven geeft een paar vromere verzen. Oudere, soms weinig accurate of nogal opiniërende literatuur over Bruno is te vinden in: Aa, A.J. van der: Biographisch woordenboek der Nederlanden, Frederiks, J.G. (e.a.): Biog. wdb. der Noord- en Zuidned. lett., Halen, Arnoud van (e.a.): Panpoëticon Batavûm en Molhuysen, P.C. (ed.) (e.a.): NNBW.

2. eenvoudig, onopgesmukt.

3. Publius Ovidius Naso, Romeins dichter, 43 voor tot 17 na Chr. Kan iemand het citaat in de volgende regel thuisbrengen?

4. 'Droes': kerel, duivel; 'kalen droes': stakker, stumper. WNT s.v. droes (I)

5. Kalis-bende: 'het gezelschap, genootschap, het geslacht, de familie der kalissen, vagebonden', WNT s.v. kalis (I). Een 'kalis' kan ook zijn: een pleziermaker, en van daar ook 'arme drommel'

6. WNT s.v. Harmen: Harmens huisje, verbloemde benaming voor het heimelijk gemak.

7. Frederiks, J.G. (e.a.): Biog. wdb. der Noord- en Zuidned. lett.

8. Naast Bruno's berijming noemt Strengholt in Revius, Jacobus: Hoghe Liedt de berijmingen van Jacob Beeckman, Jacobus Revius, Samuel Ampzing, Willem Sluiter, Hieronymus Vogellius, De Brune, Van Oosterwyck en Arnold Altius.

9. In Blom, N. van der: Een rector berijmt het Hooglied

10. De berijming van Revius is uitgegeven en uitgebreid toegelicht door Strengholt in Revius, Jacobus: Hoghe Liedt

11. Revius' berijming is van 1621 en dateert dus van voor de Statenvertaling. Hij baseerde zich op de vertaling met verklaringen van Udemans (1616). Deze verklaring zou later grote invloed hebben op de vertaling van en kanttekeningen bij het Hooglied in de Statenvertaling.

12. 'int minnen bloet ghenettet': gewassen in het bloed van de liefde.

13. 'Doe': toen

14. De bron die uit de borst van 'uw herder Salomo' vloeide is het Hooglied zelf.

15. 'snerren': 'In toepassing op het voortbrengen van tamelijk uiteenloopende geluiden', WNT s.v. snarren'.

16. Maurits, prins van Oranje, 1557-1625. Stadhouder van 1585 tot 1621.

17. 'uwe Bruyt': de kerk. 't'huys van uwe Bruyt' is dus de Republiek.

18. Ik bied deze verklaringen aan voor wat ze zijn: suggesties.

19. Zie Grootes, E.K.: Cornelis Lodowijcksz. van der Plasse ontvangt een privilege (...).

20. 'bescheydene': Oordeel hebbende, verstandig. WNT s.v. bescheiden (I).

21. Bruno's taalgebruik in deze alinea is allesbehalve eenvoudig. Ik geef een beknopte parafrase: 'Veel inleidende woorden kunnen een goed werk niet slecht, en een slecht werk niet goed maken. Gelieve daarom dit werk zo op te nemen als u zou willen dat een ander het uwe op zou nemen.
Wat de stof en inhoud van het werk betreft, die is (vanwege zijn Goddelijke oorsprong) zo ver boven menselijke lof verheven als wij zelf ons beneden God bevinden.
Wat mijzelf betreft, op verzoek van een aantal bevriende heren heb ik deze bijbelboeken in het Nederlands berijmd. Ik heb daarbij geprobeerd mij zoveel mogelijk aan de woordelijke tekst van de Bijbel te houden. Ik weet wel dat het resultaat veel minder kwaliteit heeft dan het origineel.
Om mij hiervoor te verantwoorden zeg ik niet anders dan dat ik meer heb gewild dan voor een mens mogelijk is. Ik wil U dan ook voorhouden, dat ik mij opzettelijk aan allerlei rijmwetten niet zo heb gestoord. Ik heb in sommige gevallen alleen de drift van de inkt willen volgen, zoals die nu eenmaal op het papier viel, want ik meende dat mij in dit werk meer aan de stof dan aan het stofferen gelegen moest zijn'.

22. Aan Salomo worden de bijbelboeken Prediker, Spreuken en Hooglied toegeschreven.

23. Een rokje uittrekken: slechter, slapper, van mindere kwaliteit doen worden. WNT s.v. rok (I).

24. het aantal lettergrepen in de alexandrijn, de zesvoetige jambische dichtregel waarvan Bruno voor zijn berijmingen gebruik maakte.

25. 'man-grooten': formulering waarin het bijvoeglijk naamwoord wordt geplaatst na het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. De 'man-groot' werd door de zeventiende-eeuwse taalhervormers afgekeurd als voorbeeld van onnederlands taalgebruik in de poëzie. Zie Strien, A. van: Taalopbouw door dichters, p. 213

26. 'stooter': diverse aanhalingen in WNT s.v. stooten (bv. 'Wat de taal en de versen van de Nederduitsche Olimpia aangaat; men kan zeggen, dat de laatsten veeltyds hard en stootende zyn', of 'Hunne Taal is van een zeer stooterige, en hakkelagtige uytgalming') suggereren als betekenis voor 'stooter': 'harde, hakkelige, onwelluidende uitdrukking'.

27. De tijd ontbrak voor nadere studie van Bruno's andere berijmingen. Anders dan in de berijming van het Hooglied maakt Bruno daar gebruik van afwisselend mannelijk en vrouwelijk rijm. Wel is het rijm steeds gepaard (alleen in eerste hoofdstukken van de berijming van de Spreuken worden andere rijmvormen gebruikt) en gebruikt Bruno zesvoetige jambische versregels. Het zou interessant zijn om te proberen de constateringen uit deze en de volgende paragraaf toe te passen op die andere berijmingen.

28. Zie het Aen den leser hierboven.

29. 1:5.1-2:'Ghy Dochteren die in Ierusalem zijt, ick/Swart uyterlick65, ben in 't inwendigh* lieffelick*.'

30. 2:9.3-4: 'Uyt vensteren, op datmen uyt de tralien/ Sijn blinckend' glinsteren, gelijck een Bloeme80, kenn'.'

31. 1:3

32. De tekst van de Statenvertaling die ik hier en elders in deze editie heb gebruikt is de tekst van de uitgave van 1750; ik heb de tekst ontleend aan Publishare, Stichting (ed.): Online Bijbel. Voor een betrouwbare vergelijking zou het natuurlijk beter zijn een versie van de Statenbijbel te gebruiken zoals Bruno die onder ogen gehad zou kunnen hebben

33. Het jaartal 1656 op het titelblad met de pen veranderd in 1659.
Op het schutblad een eigenhandige opdracht aan Andreas vander Goes en een Latijns gedicht van H. Bruno, gedateerd: Delphis prid. Cal. styl. gregor. M.DCLIX

34. p. 207 noemt als drukker Abraham Isaacxz. vander Beeck

35. p. N8 ontbreekt.

36. In de STCN bekend als HO: 18/61/8 I 45.

37. Dat wil zeggen: voor wat betreft de opdracht, de Hoogliedtekst en de lofdichten. De teksten van de Klaagliederen heb ik niet vergeleken.

38. Namelijk aan: 'de Edele Mogende Heeren, d'Heeren Gecommitteerde Raden vande Staten van Hollandt en West-Vrieslandt, in West-Vrieslandt en 't Noorder-quartier [...] Midts-gaders Aende Eerent-feste, Hoogh-achtbare, Wijse en Voorsienige Heeren, d'Heeren Schout, Burgermeesteren, Schepenen, ende Vroedt-schappen des Stadts Hoorn [...].'

39. Bij de bestudering van de varianten zijn twee plekken aangetroffen waar niet alle exemplaren van de editie-1658 gelijkluidend zijn (1:11.2 en 3:2.1). Ik hecht hier verder geen betekenis aan.

40. Elfduizend doden in Hoorn en omgeving. Zie Kroon Dzn., H (e.a.): Nieuwe kroniek van Hoorn

41. Zie Huygens, Constantijn (sr.): Briefwisseling, p. 277.

42. Zie 1:15.1.

43. Van de genoemden in deze opdracht is mij verder niets bekend. Onderzoek in de Hoornse archieven zou misschien nadere informatie kunnen opleveren.

44. Aa, A.J. van der: Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 7 s.v. 'Groot, Joannes de, Jacobsz.' noemt deze(?) Jan de Groot 'een niet onverdienstelijk dichter'. Bruno's Psalmberijming bevat een lofdicht van de hand van De Groot op de berijming.

45. Nl: 'diergelijcke' [genegentheydt]

46. De maand Maart, WNT s.v. Dorremaand

47. 'Begeven': iets of iemand opgeven, laten varen; WNT s.v. begeven. Ik verklaar de zin dan als 'Heb jij dan het leven achter je gelaten zonder mij [mee te nemen]?'

48. door jou (=De Groot) te verliezen heb ik mijn tweede zelf verloren

49. van begin tot eind uitvoeren; WNT s.v. voltrekken

50. door de dood van De Groot zijn zijn gedichten 'in de toestand van wees' gekomen; WNT s.v. besterven. De hele regel vat ik dan op als 'wie zal de gedichten die de overleden De Groot heeft achtergelaten nog tot leven wekken?' Wat ik niet goed begrijp is waarom 'leven' een genitiefuitgang heeft.

51. Welke burger zal er meer rijmvaardigheid doen blijken

52. Merkwaardige samentrekking: 'Die loffelijcke Stadt (...) wesen' is als geheel een nabepaling bij 'Hoorensche'. Lees: 'die lofwaardige stad, waardoor u geprezen moet worden, waardoor u betreurd moet worden, en die u nooit mag vergeten'.

53. de hemel, het hemelse Jeruzalem, dat Bruno ook aan het slot van zijn opdracht noemt als huidige verblijfplaats van De Groot. Let op de kruisstelling 'Stadt en Staet'/'Staet hebt in de Stadt'. Het eerste 'Staet' interpreteer ik als de staat van geprezen burger en Schepen van de stad Hoorn (WNT s.v. staat: Eer, aanzien, als verbonden aan het bekleeden van een hoog ambt of aan het bezit van rijkdom); het tweede 'Staet' interpreteer ik als 'eer': De Groot is nu een geëerd hemelbewoner.

54. Bruno berijmde de Psalmen.

55. Een verwijzing naar Bruno's berijming van het bijbelboek Job

56. Tongh: dit gedicht. Bruno wil dit gedicht met een redelijk slot afsluiten: 'geen slot noch reden missen'. (WNT s.v. 'tong': Metonymisch of in een fig. verb. ter aanduiding van wat gesproken wordt, de woorden van een persoon of van een groep van personen).

57. Laat die rouw nooit voorbijgaan.

58. de maand augustus, WNT s.v. oogstmaand

59. De tekst zoals hij hier wordt gereproduceerd is de tekst van de uitgave van 1656. In het variantenapparaat wordt deze uitgave aangeduid met het sigle A1. De wijze van coderen (zie Varianten) zou het mogelijk maken om de verschillende drukken parallel te tonen. Omdat de verschillen tussen de drukken zich beperken tot spellingsverschillen en verwijderen/introduceren van zetfoutjes heb ik daar niet voor gekozen. Wanneer de drukken verschillen wordt daar middels een asterisk ('*') in de tekst de aandacht op gevestigd. Klikken op de asterisk brengt je naar het variantenapparaat.
De noten bij de berijming zijn grotendeels afkomstig uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling. Zie Inhoudelijke verantwoording voor een toelichting op de wijze van annoteren, en zie de volgende noot.

60. Voor de lezer die minder goed op de hoogte is van de traditionele Hoogliedopvattingen volgt hier een korte weergave van de manier waarop het Hooglied in Bruno's tijd gelezen werd. Ik baseer me daarvoor vooral op Strengholts paragraaf hierover in Revius, Jacobus: Hoghe Liedt, pp. 11-15.
Het Hooglied was in Bruno's tijd niet een boek dat ging over de aardse liefde. De liefde tusen bruid en bruidegom werd opgevat als een metafoor voor de liefde tussen de gelovige(n) enerzijds (de bruid) en Christus (de bruidegom). De bruid kon geïdentificeerd worden met de individuele gelovige (in een mystieke, 'morele' interpretatie) of met de verzameling der gelovigen, de Christelijke kerk (in de 'geestelijke' interpretatie). De bruidegom (= Salomo, de Koning) wordt door Bruno het 'voorbeelt' van Christus genoemd (1:1.3). Daarmee wordt niet gezegd dat Christus zich naar Salomo gemodelleerd zou hebben, maar juist het omgekeerde: Salomo was een voorafschaduwing, een prefiguratie of prototype van Christus. In de persoon van Salomo wordt de komst van Christus al in het Oude Testament aangekondigd.
In het kader van deze opvatting kon bijna elke regel van het Hooglied van een allegoriserende interpretatie worden voorzien, en in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling gebeurt dat ook. In de noten, waarin regelmatig uit de Kanttekeningen wordt geciteerd, zal dat blijken. Ik noem nog een paar voorbeelden. De 'vossen' (2:15.1) zijn 'de valse leraars, ketters en bedriegelijke regeerders' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 55.); en de 'kleyne Suster' (8:8.1) is 'de kerk, uit de heidenen bestaande, genoemd, niet omdat zij klein is ten aanzien van het getal der gelovigen, maar omdat zij later tot de kennis van God in Christus geroepen is' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 32.).
Het definitieve werk over deze materie is Verduin, M: Canticum canticorum.

61. 'Hebreeuws, het Lied der liederen; dat is, een zeer schoon en bovenmate treffelijk lied.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 1.)

62. Zie Vergeleken met de Statenvertaling voor een toelichting op dit vers. De Kanttekeningen zeggen: 'Anders, hetwelk Salomo aangaat. Verstaande door Salomo Jezus Christus, wiens voorbeeld Salomo geweest is in koninklijke hoogheid en glorie, alsook in wijsheid en in het onderwijzen des volks.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 2.)

63. 'dijn': uw

64. 'oprecht': De NBG-vertaling zegt 'Met recht heeft men u lief'

65. De Kanttekeningen lichten toe: 'Versta hier bij de zwartheid de uiterlijke mismaaktheid van den staat der kerk, die veroorzaakt wordt door de tirannen en vervolgingen; idem, vanwege de ketterijen, scheuringen en ergernissen, die haar overkomen.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 2.)

66. 'Versta hier bij de tenten Kedars de nakomelingen van Kedar, den tweeden zoon van Ismaël, [...] die in tenten woonden, geen vaste woonplaats hebbende, maar zij zwermden om door Arabië van de ene plaats tot de andere. [...] De kinderen Gods zijn ook naar de wereld en den uiterlijken schijn niet schoon of sierlijk, zij hebben hier ook geen blijvende plaats, maar zij verwachten het hemelse Jeruzalem.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 24.)

67. De Kanttekeningen lichten toe: 'Alsof zij zeide: Ik ben wel als de tenten Kedars, maar ook zo schoon als de gordijnen van Salomo; [...] want de kinderen Gods zijn inwendig versierd met de gaven van den Heiligen Geest, gelijk zijn godzaligheid, liefde Gods en des naasten. Anders: gelijk de paviljoenen van Salomo, die van buiten [vanwege den regen, wind en der zonne brand] niet zeer schoon waren, maar van binnen waren zij treffelijk en schoon.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 25.)

68. De Kanttekeningen lichten toe: 'De zin is: Ziet niet op mijne uiterlijke slechtigheid of mismaaktheid, en veracht mij daarom niet, maar ziet mijn inwendige schoonheid aan.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 26.)

69. De Kanttekeningen lichten toe: 'Het Hebreeuwse woord, hetwelk hier en Hoogl. 1:11 gevonden wordt, betekent eigenlijk tortelduiven, [...]. Doch hier beduidt het enig sieraad der vrouwen, gelijk zijnde de tortelduiven, die aan den hals versierd zijn met een halsbandje. Dus schoon zijn de wangen of kaken der Bruid van Christus, dewijl Hij dezelve met zijn bloed heeft gewassen en versierd met kostelijke parelen van geestelijke gaven, inzonderheid met ootmoedigheid en zachtmoedigheid, die kostelijk zijn voor God [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 41.)

70. De Kanttekeningen lichten toe: 'Nardus is een zeer kostelijk kruid, met welks olie men de prinsen en voortreffelijke personen placht te overstorten, als zij aan tafel zaten. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 49.)

71. De Kanttekeningen lichten toe: 'Dat is de gedachtenis van Christus' liefde, die Hij met zijn bitter lijden aan mij is bewijzende, is mij als een lieflijk tuiltje of ruikertje van mirre, om mijn hart te verkwikken. Mirre is een zeer goede en lieflijke specerij, drogerij of gom, welke eertijds gebruikt werd om de klederen der prinsen te parfumeren en anderszins. [...]. Gemengd zijnde met wijn, maakt zij een zeer lieflijken drank, om het hart te versterken en het bloed te zuiveren, zoals Plinius getuigt. Zij werd ook, nevens andere specerijen, gebruikt om de dode lichamen te balsemen, [...]; in één woord, het is een edel kruid, hetwelk waardig is koningen tot een present te schenken; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 50.)

72. 'Vernacht': De tekst van de Statenvertaling zelf bevat geen verwijzing naar de 'nacht', maar de Kanttekeningen wel: 'Hiermede wordt beduidt dat de kerk Gods de nagedachtenis van haren Bruidegom steeds wil behouden, inzonderheid gedurende den duisteren nacht der vervolgingen en benauwdheden, zichzelve daarmede vertroostende en versterkende; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 51.)

73. 'Cyprus': niet het eiland maar, zoals de Kanttekeningen zeggen, 'Cyprus is een zekere plant, die een welriekende vrucht of gom, als een bloeienden druiventak, voortbrengt, zoals Hieronymus getuigt. Enigen menen dat hierbij een natuurlijken tros druiven verstaan wordt, genoemd met den naam Cyprus. Hebreeuws, Cofer, omdat de druiven van Engedi den smaak hadden van Cyprus, welk kruid daaromtrent veel groeide; zie de kruidenboeken. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 1, no. 52.)

74. Plaats aan de westkust van de Dode Zee

75. Het woord 'lustigh' is afkomstig uit de Kanttekeningen: 'Saron is een lustige, schone landstreek, strekkende van Cesarea tot Joppe, niet ver van de Middellandse zee. Aldus wordt ook genoemd ene stad aldaar gelegen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 3.)

76. De toevoeging 'Blijdtschap' is afkomstig uit de kanttekeningen: 'Hebreeuws, in het huis van den wijn; dat is, in het huis der vreugde en der blijdschap, die wij door de kracht en werking van den Heiligen Geest in onze harten ontvangen, [...]. Behalve dat de wijn den dorst verslaat, zo maakt hij ook het hart vrolijk, [...], en hij doet het zijne droefenis vergeten. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 13.)

77. 'Flesschen': 'Dat is met wijn, die in de flessen is, [...]; dat is met de Heilige Schrift, in welke Christus zijn wijn en melk, dat is, al zijne beloften en geestelijke vertroostingen besloten heeft. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 17.)

78. 'liefde', niet in de Statenvertaling, kan afkomstig zijn uit de Kanttekeningen: 'Dit is een uitwendig teken van liefde. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 22.)

79. Het woord 'rust' kan afkomstig zijn uit de Kanttekeningen: 'Anders: Ik bezweer u bij de reeën, enz.; dat is, zo lief als u de reeën en de hinden zijn, dat gij die liefde niet opwekt; dat is, dat gij de rust des Bruidegoms, of der Bruid, dat is de gemeente, niet verstoort; te weten door ketterij, scheuring, of met ergernis te geven.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 25.)

80. 'glinsteren, gelijck een Bloeme' is een alternatieve vertaling die de kanttekeningen aanbieden:'Of, glinsterende als ene bloem; dat is, zichzelve als een bloem vertonende; te weten lieflijk en aangenaam. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 33.)

81. 'Herwaerts' kan ontleend zijn aan de kanttekeningen:'Hebreeuws, komt u. Alzo ook Hoogl. 2:13. [...]. En kom herwaarts, te weten om mij te dienen.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 36.)

82. 'Teêr, kleyn, groen, en onrijp' is een alternatieve vertaling aangeboden door de Kanttekeningen: 'Of, tedere, kleine, groene, onrijpe druiven. Het Hebreeuwse woord is hier alleen en onder, Hoogl. 2:15, en Hoogl. 7:12.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 46.)

83. 'genoeghelijck' kan afkomstig zijn uit de kanttekeningen: 'De zin is: Hij weidt zijne kudde, niet alleen op een gezonde, maar ook op een genoegelijke weide, zo lieflijk en genoegelijk, alsof zij vol leliën stond. Verstaande hierbij de weide van het goddelijke Woord, hetwelk zoet is als honig en honigraten; en in het gezelschap der godzaligen, die als leliën onder de doornen zijn.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 58.)

84. De vermelding van 'Iacht' kan afkomstig zijn uit de Kanttekeningen: 'Of, Bitrons, of der scheiding. Dit zijn de bergen Gileads, die door de Jordaan van Judea afgescheiden worden. Deze bergen waren vol wild en zeer bekwaam tot de jacht. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 2, no. 64.)

85. 'Neerstelick': Statenvertaling, inhoud van hoofdstuk 3, 'De Bruid vertelt hoe naarstiglijk zij haren Bruidegom gezocht heeft' (Aangehaald uit: Verduin, M: Canticum canticorum, p. 793.)

86. 'en my in haer ontfingh': alternatieve vertaling afkomstig uit de Kanttekeningen, 'Of, die mij ontvangen heeft.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 3, no. 12.)

87. 'Droguist': afkomstig uit de kanttekeningen, 'Of, der drogisten. Anders: der apothekers, der parfumeriebereiders.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 3, no. 19.)

88. 'Bedde-steedt': alternatieve verklaring geboden door de Kanttekeningen, 'Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk ene bruidkoets of bedstede. Doch het betekent ook een koetswagen. Het schijnt dat hier gesproken wordt van dien triomfwagen, waarvan Ps. 45:5 geschreven staat, waar bij den wagen verstaan wordt het woord der waarheid, of de predikatie van het heilig Evangelie. Anderen verstaan door het Hebreeuwse woord een sierlijk gebouw.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 3, no. 28.)

89. Toegevoegde formulering die kan zijn ingegeven door het woord 'standvastigheid' uit de Kanttekeningen: 'Door de pilaren of kolommen wordt de standvastigheid betekend, [...], en door de pilaren van zilver kan men hier verstaan de getrouwe herders der kerk, doch inzonderheid de profeten en apostelen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 3, no. 30.)

90. 'gehemelt': hemel, in de overdrachtelijke zin van dak of dekstuk (van een ledikant, een troon, een draagzetel enz.); WNT s.v. gehemelte

91. 'Vrucht[loos]': toevoeging gesuggereerd door de Kanttekeningen: 'Dat is, onvruchtbaar.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 11.)

92. Tuyt: gezamenlijk hoofdhaar, vlecht; WNT s.v. tuyt (II). De Kanttekeningen geven tusschen uwe tuiten als alternatieve vertaling, de tekst van de Statenvertaling zelf noemt alleen de 'vlechten'.

93. 'Rondassen': WNT s.v. rondas 'allerlei soorten van ronde (of ovale) schilden (b. v. bij vreemde volken of in de Oudheid), en vandaar ook voor: schild, in 't algemeen'.

94. 'Libanon': De Kanttekeningen lichten toe 'Libanon, of Libanus, is wel een zeer lustige plaats geweest, [...], maar bij andere vruchtbare plaatsen vergeleken zijnde, was het ene wildernis, [...], en als een wildbaan, of jachtplaats, [...], waarop hier gezien wordt. Doch op andere plaatsen der Heilige Schrift betekent Libanus voortreffelijke en lieflijke dingen, ten aanzien van de menigte der schone bomen, die daarop wiessen; gelijk Hoogl. 3:9, en Hoogl. 5:15.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 28.)

95. 'Amana': De Kanttekeningen lichten toe 'Dit is ene berg in Syrië, waar een vallei en rivier was, die denzelfden naam hadden, [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 30.)

96. 'Senir': De Kanttekeningen lichten toe 'Van de bergen Senir en Hermon zie Deut. 3:9. Senir is hier te nemen voor een deel van den berg Hermon.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 31.)

97. 'Hermon': De Kanttekeningen lichten toe 'Hermon is een vermaarde berg, van welken te lezen is Ps. 42:7, en Ps. 89:13. Hij wordt anders Sion genoemd, met ene S.; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 32.)

98. Gevolgd door een niet geïdentificeerd tekentje: een soort verhoogde kleine 'c'.

99. 'grendelt en besluyt': afkomstig uit de Kanttekeningen, 'Of, gegrendelde, toegesloten, in slot gedane hof. Hiermede wordt de onbevlekte, geestelijke reinheid en kuisheid der kerk beduid, die den vreemden vrijers of verleiders geen toegang geeft. Doch anderen verstaan dit van de bescherming Gods, die zijne kerk bewaart voor de wilde dieren; dat is voor de wrede tirannen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 51.)

100. 'planten': afkomstig uit de kanttekeningen, 'Of, uwe planten, of ranken, of plantsoenen; dat is, de gelovigen en ledematen der kerk zijn overvloediglijk met goede werken versierd en vervuld, gelijk een granaatappel vol korrels is. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 54.)

101. De Kanttekeningen melden het welriekende karakter van cyprus en nardus.

102. 'voet': genoemd in de Kanttekeningen, 'Het schijnt dat hier gezien wordt op de rivier de Jordaan, die haar oorsprong neemt aan den voet van den Libanon, en zij liep langs door het beloofde land, hetzelve bevochtigende. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 65.)

103. Toevoeging afkomstig uit de Kanttekeningen, 'Merk dat de kerk dezen hof noemt haren hof, ook zijnen: te weten Christus' hof, ten verscheiden opzien. Christus is de eigenaar en erfgenaam van dezen hof; maar de opzieners der kerk zijn Gods akkerlieden en medewerkers in dezen hof, dat is gemeente, [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 4, no. 68.)

104. Toevoeging afkomstig uit de Kanttekeningen: 'Die zijn vrienden van Christus, die daar doen den wil van zijn hemelsen Vader; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 8.)

105. 'over-vloet': kan gesuggereerd zijn door de Kanttekeningen, ' [...]wees dronken, is hier te zeggen: wees vervuld met liefde tot mij en tot elkander, of wees overvloediglijk verzaad met geestelijke vreugde, die daar blijft tot in het eeuwige leven. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 9.)

106. 'evenwel': afkomstig uit de Kanttekeningen, 'Dat is, ik vergat evenwel mijnen Bruidegom niet, maar hield Hem steeds in mijn hart. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 11.)

107. 'de deure': afkomstig uit de kanttekeningen, 'De Bruid vertelt hier de liefde en zorg van haren Bruidegom, die haar niet wil laten rusten in het bed van het wereldse gemak. Christus klopt aan de deur van ons hart door zijn Woord, door zijn Geest en door kruis of kastijding, Openb. 3:20.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 12.)

108. 'op-geresen': de Kanttekeningen hebben 'opgestaan zijnde'.

109. 'troostelijcke': afkomstig uit de Kanttekeningen, 'Dat is, omdat Hij zo troostelijk met mij gesproken had, Hoogl. 5:2, hetwelk ik tevoren zo niet ter harte nam, maar nu daardoor zeer bewogen werd.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 31.)

110. 'deden my verdriet': afkomstig uit de kanttekeningen, 'Men slaat niet alleen met de hand, of met stokken en zwaarden, enz., maar ook met de tong, [...]. Ja, slaan betekent ook somtijds iemand kwellen en verdriet aandoen, hetzij door welk middel het geschiedt; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 35.)

111. Een alternatieve vertaling afkomstig uit de Kanttekeningen: 'Dat is, ik beveel het u op uwen eed. Dit spreekt de Bruid nadat zij uit de handen van de wachters was ontkomen, verzoekende hulp en troost bij de ware ledematen der gemeente van Christus.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 37.)

112. Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen: 'zuivere, klare, schoon ogen' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 52.)

113. Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen: 'Dat is, zo wit alsof zij met melk gewassen waren.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 54.)

114. De kanttekeningen lichten toe:'Of, specerijentorentjes. Versta, zulke dozen der apothekers, die hoog zijn, gelijk torentjes, waar men specerijen, drogerijen, of poeders of reukwerk in bewaart.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 57.)

115. 'verquickingh' gesuggereerd door de Kanttekeningen: 'Dat is, zijne lippen geven een zoeten reuk, alsof de reuk van leliën en mirre samen vermengd waren. Dat is, zij brengen troostelijke en verkwikkende leringen voort.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 58.)

116. Toelichting afkomstig uit de Kanttekeningen: 'Hebreeuws, zijne ingewanden. Maar hier moet men door de ingewanden verstaan den buik en de borst, in welke het ingewand besloten ligt. Hierdoor worden te kennen gegeven de innerlijke of hartelijke genegenheden van den Bruidegom, te weten zijne liefde, genade en mededogendheid. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 62.)

117. 'wit': toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen, 'Dat is, versierd met saffieren. Enige saffieren zijn wit en klaarblinkend als een diamant; andere zijn blauw. Versta hier witte saffieren, waarmede de zuiverheid van den Bruidegom wordt aangewezen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 64.)

118. Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen: 'Dat is, heerlijk, sterk en lieflijk, gelijk de schone, grote, hoge bomen van welke vele op den berg Libanon wiessen, van welken zie de aantekening boven, Hoog. 4:8.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 5, no. 66.)

119. De 'Schapen' zijn afkomstig uit de Kanttekeningen: 'Dat is, niet alleen op een gezonde weide, maar ook op een overvloedige lustige weide, tot verkwikking en tot eeuwigen troost zijner schapen.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 6, no. 11.)

120. 'Thirza': De Kanttekeningen lichten toe 'Dit was ene stad in het land Kanaän, niet wijd van Samaria gelegen, [...]. De Griekse overzetters vertalen het woord Tihrtsa, en stellen in den tekst, goed vermaak, of gunstige aanneming. Waaruit af te nemen is dat het een schone aangename stad geweest is, in hoedanige plaatsen de koningen en prinsen plachten te wonen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 6, no. 13.)

121. Toelichting door Bruno ontleend aan de Kanttekeningen: ' [...]De zin is: Ik werd bewogen door mijn vurige barmhartigheid en niet door uwe verdiensten. Anders: mijne ziel; dat is mijne begeerte. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 6, no. 50.)

122. 'çieraet' misschien geïnspireerd door de Kanttekeningen, 'Of, gelijk halsketens, of braceletten, of dergelijke versierselen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 5.)

123. 'Betuynt': alternatieve vertaling ontleend aan de Kanttekeningen, 'Hebreeuws, betuind. Hiermede wordt aangewezen dat de vruchtbaarheid der gemeente gekroond wordt met den zegen Gods en een geestelijke vreugde. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 10.)

124. 'Verstant' ontleend aan de Kanttekeningen, 'Te weten de ogen van uw verstand en van uw geloof. Die zijn vol wijsheid en kennis des Heeren, gelijk de vijvers vol zijn van klaar en zuiver water, klaar zijnde om de waarheid te zien en om hun eigen en anderer wegen en gangen aan te merken. Zie boven, Hoogl. 4:1.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 14.)

125. 'Hesbon': 'In de stad Hesbon heeft eertijds de koning Sihon zijn hof gehouden; [...]. Zij lag in een goede vette landouw, die den Rubenieten is toegevallen. [...]; het schijnt dat in deze stad schone vijvers geweest zijn, die haar versierden, gelijk de ogen het lichaam doen.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 15.)

126. 'by de poort van Bath-rabbin': De Kanttekeningen lichten toe 'Dat is bij de poort, waar vele mensen uit- en ingaan, of bij de poort, waar vele mensen samenkomen. Enigen menen dat er te Jeruzalem ene poort geweest is, Bath-Rabbim genoemd, bij welke ook schone vijvers waren. Sommigen nemen het voor de Schaapspoort; [...] of de Fonteinpoort [...]. Anderen houden het voor ene poort van Hesbon.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 16.)

127. Bruno, Henrick: Claegh-liederen, Hooge-liedt [1657] gebruikt een merkwaardig teken dat tussen de 'U' en de 'V' in lijkt te liggen.

128. 'Carmel' wordt toegelicht in de Kanttekeningen: ' [...] Deze woorden nu, uw hoofd op u is als Karmel, kunnen betekenen dat de Bruid met wijsheid en verstand voortreffelijk begaafd is; gelijk de berg Karmel, zeer vruchtbaar zijnde, veel goede vruchten voortbracht. [...]' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 21.)

129. 'Gebouw': de Kanttekeningen verklaren 'galerijen' als 'gebouwen langs de huizen gaande' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 25.)

130. Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen: 'Dit is ene belofte, die de Bruidegom zijne Bruid doet, dat Hij haar zegenen zal, haar vervullende met het sap of de vochtigheid zijner genade, dat zij niet onvruchtbaar zal zijn in de kennis van Christus; [...]' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 34.)

131. Aanpassingen ontleend aan de kanttekeningen: 'Hebreeuws, naar de gerechtigheden; dat is, recht toe recht aan, gelijk men gemeenlijk spreekt. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 38.)

132. 'Dudaîm': De Kanttekeningen lichten toe 'De rechte betekenis van het woord is ons onbekend. [...]. Het kan geen mandragora zijn, zodanig als die bij ons bekend is, gelijk sommigen menen, overmits onze mandragora een stinkenden reuk heeft, die het hoofd zwaar en slaperig maakt.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 53.)

133. Toevoeging ontleend aan de kanttekeningen: 'Te weten, een lieflijken aangenamen reuk. De zin is, dat de faam der genade en genade Gods over zijn volk uitgestort, zich wijd en breed verspreidt.' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 54.)

134. 'overvloedt' ontleend aan de Kanttekeningen: 'Dit betekent verscheidenheid en overvloed van vruchten. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 7, no. 57.)

135. 'versmaet' kan ontleend zijn aan de Kanttekeningen: 'Die personen worden versmaad, die wat doen of geacht worden te doen, hetwelk niet eerlijk nocht betamelijk is, [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 4.)

136. Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen: 'Te weten, met eerbieding en met vreugde; [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 5.)

137. 'Arbeydt' ontleend aan de Kanttekeningen: 'Of aldus: Daar is uwe moeder van u in arbeid geweest, daar is zij in arbeid geweest, die u gebaard heeft [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 19.)

138. 'Sterck': Toevoeging ontleend aan de Kanttekeningen, 'Dat is, vast en sterk, in het geloof wel gegrond op het fondament van de leer der twaalf stammen Israëls en der apostelen. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 37.)

139. 'Sterck': De Kanttekeningen lichten toe 'Dat is, ik ben opgewassen en sterk geworden in het geloof en de liefde aan Jezus Christus. [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 45.)

140. Gesuggereerd door de Kanttekeningen: 'Anders: in een vruchtbare plaats. Hebreeuws, een meester of heer der menigte; dat is, een plaats, die vele vruchten draagt, [...].' (Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 51.)

141. Het woord 'pacht' wordt gebruikt Statenvertaling, Kanttekeningen, Hooglied 8, no. 59.

142. De Statenvertaling bevat een niet berijmde tekst van het Hooglied.

143. onderneemt, aanvat

144. zoals Bruno ze doet

145. nl. de Klaagliederen

146. nl. het Hooglied

147. Constantijn Huygens (sr); 1596-1687. Dichter, musicus, secretaris van de prinsen van Oranje. Bruno was negen jaar bij hem in dienst als gouverneur van zijn kinderen. Zie voor de verhouding Bruno/Huygens Het leven

148. De typografie maakt in de uitgave van 1658 duidelijk dat dit vers, zoals het volgende, van de hand is van Andreas Cellarius.

149. Het WNT geeft geen aanknopingspunten voor deze merkwaardige uitdrukking. Ik interpreteer 'sop' (='soep') als (geestelijk) voedsel. Dat voedsel is 'tweederhande' omdat in de bundel zowel de Klaagliederen als het Hooglied werden afgedrukt.

150. waar

151. met een flink en wakker verstand, WNT s.v. kloek

152. knap, bedreven, bekwaam, WNT s.v. gauw

153. voortreffelijk, uitstekend, WNT s.v. treftigh

154. ter hand genomen, aangepakt, WNT supp. s.v. aantasten

155. Andreas Cellarius, rector van de Latijnsche school in Hoorn en dus de superieur van de conrector Bruno (Aa, A.J. van der: Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 3, s.v. Cellarius). Cellarius was de auteur van boeken over vestingbouw en over de geografie van Polen; hij publiceerde bovendien een hemelatlas. Zie Bio-bibliography of Andreas Cellarius voor meer gegevens.

156. sonnet

157. ik beken het, ik geef het toe

158. naar mijn oordeel, mijns inziens, WNT s.v. verstand

159. Toespeling op Bruno's psalmberijming.

160. prikkelt, wekt op; WNT s.v. nopen

161. Toespeling op het feit dat Bruno's berijming van Job enige tijd zoek is geweest.

162. de constructie in deze en de voorafgaande regel begrijp ik niet.

163. Bruno's eerdere berijmingen

164. Hier wordt Salomo aangeduid als 'wijsheid'. 'De wijsheid van Salomo' is een apocrief bijbelboek dat aan Salomo werd toegeschreven.

165. de zoetheid van het metrum

166. de letterlijkheid waarmee Bruno de tekst heeft gevolgd

167. De Universiteitsbibliotheek van de UVA bezit een werk Vijf briefs-gewijse aenmerkingen door Wigger de Vogel, 'in sijn leven wel-ervaren stads-, wees-, en gasthuys heel-meester tot Hoorn' .

168. Een goed startpunt voor meer informatie over XML is The SGML/XML Web Page - Home Page.

169. Een goed startpunt voor meer informatie over de TEI is de home page van het TEI Consortium.

170. Een goed startpunt voor meer informatie over XSLT is The XML Cover Pages - Extensible Stylesheet Language (XSL).

171. Zie: Goldfarb, Charles F. (e.a.): The XML Handbook, pp. 6-14.

172. Ik heb mij nog niet verdiept in wat we precies aan mogelijkheden verliezen door af te zien van de extra mogelijkheden van SGML.

173. Zie Koomen, Manja: Elektronische Tekstarchieven en het ETCL, p. 51.

174. DTD: de Document Type Definition beschrijft welke coderingen in een document van een bepaalde soort zijn toegestaan.

175. Zie Cover, Robin: Code for the Representation of the Names of Languages.

176. De writing system declarations zijn nog niet aanwezig.

177. Omdat ik er zelf lang naar heb gezocht vermeld ik, misschien ten overvloede, dat de technische naam voor het verlengingsteken dat boven een klinker kan worden geplaatst 'macron' luidt: de codes ā en ē geven respectievelijk 'ā' en 'ē'. Ze maken deel uit van de 'Latin extended-A' character sets. Alle mogelijke ongebruikelijke lettertekens zijn te vinden op http://www.unicode.org/charts/web.html.

178. Meer informatie op http://users.ox.ac.uk/~rahtz/tei/.

179. Meer informatie op http://users.iclway.co.uk/mhkay/saxon/index.html.

180. Uitbreidingen op de XSLT recommendation.

181. Behalve van Saxon heb ik ook gebruik gemaakt van XT, een vergelijkbaar hulpmiddel (zie http://www.jclark.com/xml/xt.html). Vanwege wat, voorzover ik het nu zie, een bug is in Netscape, ben ik overgestapt op Saxon. XT leidt voor Griekse letters character referenties af van de vorm α. Browsers die aan de specificaties voldoen behoren die correct (dat wil zeggen, als de corresponderende Griekse lettertekens) weer te geven. Netscape doet dat niet. Saxon leidt een hexadecimale codering af die door Netscape en Internet Explorer wel wordt begrepen. De door Saxon gegenereerde bestanden hebben ook een aantal bezwaren: ze zijn onnodig groot en ze zijn lastig met het blote oog te lezen, omdat line breaks ontbreken (in elk geval onder Windows). Ik ben nog voornemens hiernaar nader onderzoek te doen

182. Het exemplaar C3 van de druk van 1658 nog nader te onderzoeken op later aangetroffen varianten.

183. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek te Leiden, Hug. 37, nr. 109.

184. volgen nog 4 regels geleerddoenerij in het Latijn

185. Bewaard in de Universiteitsbibliotheek te Leiden, Hug. 37, nr. 110.

186. de passage is onduidelijk

187. Vrije tijd

188. Misschien is het voor de duidelijkheid goed om nog eens te benadrukken dat het hier gaat om een alternatieve presentatie van dezelfde teksten. De teksten van Bruno en van de Statenvertaling staan eenmaal opgenomen in het XML-document, met verschillende vormen van markering. Het stylesheet dat wordt gebruikt voor de voornaamste presentatie van de tekst, negeerde de markeringen die in de presentatie hier juist wél worden zichtbaar gemaakt.

189. Den Haag 174 D 40

190. Utrecht AB 107 C 6

191. Electronische uitgave, gedownload van http://www.onlinebible.org/

192. CD Rom

193. Het Utrechtse exemplaar AB X OCT 997 is afkomstig uit Huygens' bibliotheek.

194. Internet-document op http://www.hcu.ox.ac.uk/TEI/Lite/index.html

195. Internet-document op http://www.oasis-open.org/cover/iso639a.html. Beschrijft in SGML/XML te gebruiken codering voor talen.

196. Internet-document op http://sunsite.berkeley.edu/MLA/guidelines.html

197. Afstudeerscriptie. PDF-document gedownload van http://www.etcl.nl/etclnieuw/Projecten/eta.htm

198. Internet-document op http://etext.lib.virginia.edu/tei/uvatei12.html

199. Internet-document op http://etext.lib.virginia.edu/tei/teiquic.html

200. Als pdf-document gedownload van http://www.hcu.ox.ac.uk/TEI/

201. Internet-document op http://www.w3.org/TR/1998/REC-xml-19980210

202. Internet-document op http://www.w3.org/TR/1999/REC-xpath-19991116

203. Internet-document op http://www.w3.org/TR/2000/WD-xsl-20000112

204. Internet-document op http://www.w3.org/TR/1999/REC-xslt-19991116

Het Hooglied in de Statenvertaling Geraadpleegde literatuur

Laatst gewijzigd op: 21-02-2001.